• Dog Rescue Team!
  • Goed gesocialiseerde zwerfhonden!
  • Vrienden voor het leven!
Filosdogrescue » Selly's blog » Loslaten is houden van

Loslaten is houden van

Gepubliceerd op 4 mei 2019 om 00:39

De pupjes komen hier en de pupjes gaan. Ze blaffen allemaal, ze hebben allemaal honger en uiteraard willen ze allemaal aandacht. Heel veel aandacht. En wanneer ze die niet krijgen, dan vragen ze er wel om.

 

Zo hebben we hier een pup gehad die elke ochtend zorgde dat hij als eerste bij me was, om vervolgens tegen me op te staan, zo stijf mogelijk.

Zijn voorpootjes reikten halverwege mijn onderbeen, maar hij rekte zich uit en zijn ogen zeiden: “Ik! Ik! Ik!”

 

 

Ook was er een pup die geen rekening hield met de medepuppenkinderen en sprong boven op de andere uitgestrekte lichaampjes, als een soort trampoline, om zo maar vooral als eerste te worden aangehaald.

Dan hadden we het verlegen pupje, het pupje dat wel wachtte tot ze aan de beurt was voor de ochtendbegroeting om vervolgens met haar ogen dicht en haar kinnetje omhoog te genieten van de knuffels.

En het pupje dat de hele dag piepend achter me aan liep en pas stil was wanneer ik hem optilde.

We hadden het eeuwig hongerige pupje.

We hadden de sloper, een verzamelaar en een pupje wat dwars je ziel inkeek. Zich niet in liet met zijn eigen familie maar dicht bij me bleef en me continue aankeek.

Zijn ogen zeiden; “Ik ben klein, maar ik ben er voor je!”

 

En toen was daar die dag dat ik werd gebeld met een noodkreet.

Of ik er alsjeblieft nog eentje bij wilde nemen.

Er was een hondje uit de auto gezet op de snelweg.

Midden in de stromende regen.

 

Een voorbijganger had het tafereel zien gebeuren, het kleine wurmpje opgetild en bij de dierenarts gebracht. Daar leek hij prima in orde en gauw werd er een tijdelijk huisje voor hem gezocht.

Niet makkelijk hier in Griekenland. Want pupjes hou je in de tuin, aan een ketting of in een kist...

En na veel bellen, afwijzingen en smeekbedes kwam het kleine schepseltje uiteindelijk bij mij.

Wat was hij klein en wat was hij mooi.

Spierwit, met hele mooie bruine oortjes en helblauwe ogen.

Hij hing in mijn armen en peddelde met zijn voorpootjes door de lucht terwijl ik door de tuin liep.

Hij ‘zwom’ met me mee.

We gingen inderdaad een heel stuk sneller zo.

Nadat ik kleine Blue aan mijn eigen honden had voorgesteld (ze mochten allemaal bij hem komen kijken, Blue zat op de grond aan mijn voeten, vier paar nieuwsgierige hondenneuzen besnuffelden het kleintje eens goed om vervolgens ongeïnteresseerd weg te lopen) rende Blue blij door de tuin. Zijn oortjes plat in zijn nek als een konijn en hij scheurde van links naar rechts.

Toen ik het tijd vond om naar binnen te gaan floot ik mijn bekende deuntje en liep vast naar de deur. Zodra de honden namelijk zien dat je wegloopt, komen ze snel achter je aan.

Maar Blue kwam niet.

Blue keek omhoog naar de bomen en de vogels.

Ik floot nog een keer en riep zijn naam.

Maar noch zijn oortjes, noch zijn kop bewogen mijn richting op.

Toen deed ik iets wat ik nooit doe, ik liep naar hem toe en pakte hem op.

Blue schrok zo ontzettend dat hij spontaan zijn plasje liet lopen.

Ik knuffelde hem en vertelde dat er helemaal niets engs was.

Hij peddelde weer gezellig met zijn voorpoten en zo ‘zwommen’ we naar binnen.

Die avond stal hij het hart van mijn man, een hoogtepunt in de geschiedenis, want hoe leuk hij de honden ook vindt, hij bewaart altijd een afstand.

Maar niet bij Blue.

Die avond lag hij voor de tv te slapen met Blue in zijn armen.

De dagen daarna lette ik extra goed op het gedrag van die kleine witte kleuter.

Wanneer hij sliep, werd hij door niets wakker. Hij reageerde wel op het blaffen van de honden, maar wanneer er een pan op de grond viel schrok hij niet.

 

De dierenarts deed mijn vermoeden bevestigen.

Blue is doof.

Stilletjes reden we terug naar huis.

“Poor guy” was het enige wat mijn man kon uitbrengen.

Nu snapte ik waarom hij ‘s nachts tegen het bed opstond en pas weer in zijn mandje ging liggen wanneer ik hem over zijn kopje had geaaid.

Dit ritueel deed hij 3x per nacht.

Blue kon ons niet horen ademen, hij wilde bevestiging of we er nog wel waren.

En plotseling moet je gaan nadenken over hoe je het beestje ‘roept’ en hoe je hem wil laten doen wat hij moet doen.

Dankzij internet en mede-eigenaren van dove honden kwam ik erachter dat witte honden met blauwe ogen bijna altijd slechthorend/doof geboren zijn.

En al snel stond ik als een gek te zwaaien wanneer Blue in het bos een sprintje trok, hij keek heel vaak over zijn schouder of ik er nog wel liep en moedigde hem aan met mijn handen.

Ik zwaaide als een schooljuf met mijn vinger wat ‘NO’ betekende en ik wiebelde met mijn vingers wanneer ik wilde dat hij kwam.

Blue was zo makkelijk om van te houden.

Hij kroop ‘s avonds stijf tegen je aan of nestelde zich in zijn dekentje naast de open haard.

Hij was extreem blij wanneer hij je zag en extreem zielig wanneer hij alleen moest blijven.

Blue genoot en wij genoten nog meer.

In zijn leven bestond geen gevaar, geen grommende honden en geen boosheid.

Alles in Blue zijn leven was mooi en dat kon je aan hem zien.

Het waarschuwende grommen van onze eigen honden hoorde hij niet en vrolijk huppelde hij onder ze door.

De roedel verbaasd achter latend, immers... elke pup reageert om een grom!

 

Na weken van ‘roepen’, oefenen, genieten en opvoeden brak de dag aan dat ook Blue aan zijn laatste reis begon.

Zijn reis naar Nederland waar een familie met twee jonge kindjes met smart op hem zaten te wachten. Zij hadden Blue, inclusief zijn doofheid, al in hun hart gesloten voordat ze hadden kunnen zien hoe leuk hij in het echt was.

Ik ontving prachtige tekeningen van de kinderen via de post, samen met nog veel meer leuks voor Blue en onszelf.

Nog nooit was het zo overduidelijk dat Blue welkom was.

 

Op de dag van vertrek kwam Blue zoals elke ochtend blij om me afgerend toen ik de woonkamer in sjokte, suf van de slaap.

Hij sprong op schoot, draaide zich in allerlei bochten om me maar vooral te kunnen likken en bleef me vervolgens heel lang aankijken.

Misschien voelde hij mijn droefheid, wie zal het zeggen, maar zijn oogjes lieten de mijne niet los. Ik knuffelde hem nog een beetje meer, zuchtte diep en drukte een zoen op zijn kleine witte kopje.

Hij zou er niets van snappen, de bench, de lange autorit, de vliegreis, alle vreemde geuren, de drukke beelden op het vliegveld.

Hij zou me zoeken, want ik was er immers altijd.

Ik schudde mijn hoofd, zette hem voorzichtig op de grond en nam een lange douche.

Blue lag, zoals altijd, voor de douchecabine en likte de druppels water onder de glazen deur vandaan.

 

Samen met Yumi, een heerlijke pluizenbol die ook een gouden mandje had gevonden, begonnen we aan de 2 uur durende autorit naar het vliegveld.

Het zonnetje maakte ze allebei rozig en al snel vielen ze achter in de auto in slaap.

Mijn man keek elke 10 minuten in zijn achteruitkijkspiegel en heel soms zag hij het natte zwarte neusje van Blue door het gaatje van de bench heen.

Eenmaal op het vliegveld was het moment daar.

De bench stond op de trolley klaar om meegenomen te worden.

“One moment, please” zei ik tegen medewerker en zakte op mijn knieën.

Yumi lag lekker languit en keek me met grote ogen aan maar Blue kwam naar het deurtje toe.

“Dag lief ventje van me, niet bang zijn...” Mijn stem had me in de steek gelaten en een stille traan gleed over mijn wang.

Blue stak zijn pootje uit en probeerde me door de tralies van het deurtje heen aan te raken.

Toen dat niet lukte drukte hij zijn snuit tegen het deurtje en likte over mijn wang.

“Sterk zijn, hoor! Beloof je dat?” fluisterde ik hem toe.

“Let him go, baby, they have to leave....” de stem van mijn man leek verder weg dan gewoonlijk en ik voelde zijn hand op mijn schouder.

Daar gingen ze dan, op de band van de scan.

Langzaam kwam de band in beweging en gleed de bench weg.

Weg van ons, van mij.

Blue zijn ogen hielden de mijne vast tot het gordijn van de scan ons zicht ontnam.

Dat was het dan.

Zijn reis was begonnen.

 

Ik keek naar de keukenklok en zag dat het vliegtuig inmiddels geland was, mijn mobiel lichtte op en de appjes stroomden langzaam binnen.

Ik zag foto’s van nerveuze kinderen en blije gezichten.

De spanning was duidelijk zichtbaar.

Het eerste filmpje kwam binnen en ik hoorde een kereltje roepen: “Yumi! Papa daar is Yumi!”

En daar zat hij weer... die bekende brok in mijn keel.

Ik genoot van de beelden en zag hoe Yumi liefdevol werd aangenomen.

Met waterige ogen bekeek ik de foto’s en plotseling was hij daar.

‘Mijn’ kleine vent.

In de armen van zijn nieuwe bazinnetje.

Zij had haar ogen gesloten en omarmde het kleine lijfje.

Blue keek over zijn schouder en het was duidelijk dat hij zo diep mogelijk in haar wilde kruipen. De liefde spetterde op mijn scherm en ook mijn (blije) tranen.

De reis was achter de rug en ik haalde opgelucht adem.

Blue was veilig.

Blue was thuis.


 »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.